Geschiedenis van fanfare Sint Hubertus

Fanfares zijn muziekgezelschappen die hoofdzakelijk koperen blaasinstrumenten en slagwerk hanteren. Ook de saxofoons worden wel eens gebruikt. Kenmerkend voor een fanfare is de bügel, een soort trompet, met een warme klank. Ze concentreerden zich vooral rond kerken en dienden meestal ter opluistering van kerkelijke feesten.


De Sint Hubertusparochie werd geboren. Bij een parochie hoort een fanfare werd wel gezegd en in juni 1922, drie jaar na het ontstaan van de parochie was de fanfare Sint Hubertus een feit. De mannen van het eerste uur waren de heren Schobben, Englebert, en De Waal (eerste voorzitter). De motor achter de oprichting was echter de heer Schobben. Hij zorgde voor financiering en ledenaanwas. Hij werkte in een overslagbedrijf waar o.a. kolen van wagons in schepen overgeladen werden. Wie hier aangeworven wilde worden was vrijwel zeker van een arbeidsplaats als hij lid wilde worden van de fanfare. Als de fanfare door de stad marcheerde werd ze door de Maastrichternaren wel eens gekscherend “De Fanfare vaan de Zwarte Knieën”genoemd. De heer Schobben baatte op de Oude Smeermaesweg (thans Past. Moormanstraat) een cafè uit hetgeen de opbouw en de instandhouding van de fanfare zeker ten goede is gekomen.

1922

De oudste foto van de fanfare Sint Hubertus. Uniformen waren er toen nog niet, iedereen had gewoon een zondagse pak aan. Koperwerk alom en enkele slaginstrumenten. Ook de bugel was natuurlijk vertegenwoordigd. De tweede man van links in de eerste rij, heeft er een. Een eigen vaandel was er nog niet. Vermoedelijk werd er elders een vaandel geleend. Te zien aan de stadsengel en de vijfpuntige ster kwam dit wel uit Maastricht.


De fanfare kon zich verheugen in een ruime belangstelling. Hele families, vooral die van de oprichters, werden lid. Bij de huidige fanfare zijn nog steeds veel nazaten van de mannen van het eerste uur. Toen in 1925 de nieuwe kerk werd ingewijd, zette de fanfare natuurlijk haar beste beentje voor. Vanaf dat jaar beschikte ze over een prachtige repetitieruimte onder de kerk. Bij alle religieuze feesten zoals de Sint Hubertusviering, communifeesten, processies enz. gaf ze acte de présence. Tijdens de oorlogsjaren ging het er wat rustiger aan toe. Om te kunnen musiceren moest je lid worden van een door de bezetters opgerichte organisatie en daar voelde men niets voor.

Kampioenswimpel

Na de oorlog kwam er weer vaart in. De fanfare groeide en bloeide, ging meedoen aan competities en gooide hoge ogen. Tijdens een kampioensconcours in Echt veroverde ze in 1969 als eerste Maastrichtse muziekkorps de kampioenwimpel van de Bond van Limburgse Muziekgezelschappen. De fanfare telde buiten het bestuur en de steunleden 42 muzikanten en 16 leden van het tamboerkorps. 16 jeugdige leden volgden op kosten van de fanfare muziekonderwijs aan de Stedelijke Muziekschool. In 1974 deed het inmiddels 130 leden tellende muziekkorps mee aan het Wereld Muziek Concours in Kerkrade.

Willy Schobben

Één van de nazaten van de oprichters, Willy Schobben (93) is zijn carrière op 6 jarige leeftijd begonnen bij de Fanfare Sint Hubertus. Aanvankelijk als fluitspeler, maar eenmaal de trompet ontdekt, werd dit zijn grote passie en ontwikkelde hij zich tot een ster van wereldformaat. Vlak na de tweede Wereldoorlog richt hij samen met Bep Rowold en Pi Scheffer de band Red, White and Blue stars op, de voorloper van de bekende big band "The Skymasyers" ook bekend als het Avro Dansorkest.

Vanaf 1950 is hij dirigent van het Avro Dansorkest. Zijn grootste succes beleefde hij in 1962, toen twee van zijn platen de eerste plaats in de Nederlandse hitparades bereikten, “Mexico” en de instrumentale versie van “Brandend zand”. Hij is liefst 15 keer onderscheiden met de gouden trompet. Willy Schobben is Ridder in de Orde van oranje-Nassau. In 2009 is hij op 93 jarige leeftijd overleden.

In 2008 ontviel de fanfare haar tot dat moment oudste maar ook nog het langst zijnde lid de heer W. Houben. Hij is 93 jaar en was 75 jaar lid van de fanfare. Van deze 75 jaar was hij 35 jaar vaandeldrager. Op deze foto van de begrafenis van een
bestuurslid Bergers in 1956 draagt hij het vaandel.

De fanfare in het begin van de 21ste eeuw

Fanfare Sint Hubertus heeft met haar dikke honderd leden nog steeds niet over belangstelling te klagen. Er komt regelmatig nieuw bloed in de vereniging. Aan competities doet ze niet meer mee. Het accent ligt nu meer op het samen op een ontspannen wijze musiceren. Geen drang meer om andere muziekgezelschappen te overtroeven, maar kijken hoe je met een groep muzikanten op en prettige en relaxte wijze kunt maken. Na bijna 75 jaar onder de Sint Hubertuskerk gerepeteerd te hebben, heeft de fanfare toen daar het licht uitging, bij gebrek aan een bruikbaar alternatief Bosscherveld moeten verlaten. Intussen zullen zij niet minder als in andere jaren in het straatbeeld te zien zijn, want ze zal met haar muziek de gebruikelijke jaarlijkse festiviteitenzéker blijven opvrolijken.